Historie gebruik
Het poortgebouw is een van de weinige originele middeleeuwse panden in Utrecht. Deze historische locatie is nu een sfeervolle unieke vergaderplek, er worden inspirerende cursussen en workshops gegeven.
Veel mensen vragen naar de geschiedenis van het gebruik als ze hier komen. Hier volgt het verhaal.
Begin 1300 werd een klooster gesticht door de Kartuizer orde. Voor hun rust zochten ze deze plek buiten de stadswallen. Het werd een groot complex met 3 à 4 kerken. De ontsluiting, via het poortgebouw, van het klooster was in die tijd net andersom dan nu. Vanaf de zuidkant kwamen de burgers, bezoekers en kooplui bij de poort. (We hebben hier veel aardewerkscherven van potten en kruiken gevonden.) De wagens reden dan door de grote poort het kloosterterrein op.
Ernaast, in de zijruimte, was een gewone deur naar het kloosterterrein. Overblijfselen van een stookplaats laten zien dat dit een vertrek was waar gekookt en gegeten werd. Daarboven waren twee woonvertrekken. De kleine slaapruimte had een uitkijkraampje om te zien wie voor de poort stond. De grote ruimte had weer een stookplaats. De woning was groot voor de middeleeuwen; 55 m2 voor een man alleen! En het had de grote luxe van twee stookplaatsen. Hier woonde een belangrijk man. Misschien de penningmeester of schatmeester, die de wereldlijke zaken van de Kartuizers regelde.
Het gehele kartuizerkloostercomplex werd in 1580 afgebroken. Het was in Utrecht het reformatiejaar binnen de 80-jarige oorlog. Alleen het poortgebouw (1392) en een gastenverblijf aan het water (tweede helft 1500) bleven over.
Wat de functie van het poortgebouw was, nadat er op de plaats van het klooster in de 16e eeuw een hofstede kwam, is grotendeels onbekend. Wellicht was het een ruimte voor karren en gereedschap. In een verkoopakte van 1823 wordt het Poortgebouw en haar functie benoemd als ‘poort met duivenhok en keuken’. De gootsteen van dit keukentje is in 2009 weer hergebruikt.
Buurthuis, woning en kantoor van 1905 tot 2007
De gemeente kocht de hofstede in 1905 ten behoeve van een stadsuitbreiding naar het noorden. Bekend is dat het gebouwtje snel verviel. (Tijdelijk is er nog een houthandel in gevestigd.) De bedoeling was om het gehele complex te slopen. Een gemeenteraadslid en het Rijk hielden dit tegen. Het werd in 1932 met Rijksgelden gerestaureerd voordat men wist of het poortgebouw zou blijven bestaan.
In de 50er jaren vond de buurtjeugd hier allerlei bezigheid op hun vrije woensdag en zaterdagmiddagen. De man die dit regelde was vermoedelijk een pastor van de Parochie van St. Salvator. Deze parochie bestierde ook de Fröbelschool die in de Stallen was gebouwd.
Het Algemeen Maatschappelijk Werk vestigde zich in de 70er jaren in de panden. Ze verhuurde het onbruikbare gebouwtje als woning. Maar het was er donker, koud en onvoorstelbaar tochtig.
Van 1988 tot 2007 huurde H+N+S landschaparchitecten het van Anke Colijn die er een grote CV-ketel in had aangebracht, zodat het er in ieder geval goed warm was.
Zij gebruikten de bovenste twee kamers als werkruimte en lunchten in de Poortruimte met het hele bureau, dat ook in de School en het Voorhuis gevestigd was.
Van 2007 tot 2009 werd het weer helemaal gerestaureerd. Zeer zorgvuldig, bijna onzichtbaar, zijn daarbij ook nieuwe isolatietechnieken ingebracht en wat extra daglicht via oude glazen dakpannen.
Het is nu een zeer comfortabel gebouw om in te verblijven.
Workshops en vergaderingen
De unieke monumentale begane grond etage is te huur als bijzondere vergaderruimte voor kleine groepen. Het zijn inspirerende en sfeervolle ruimtes voor een cursus, workshop of vergadering.
Anke Colijn Advies
Anke Colijn Advies gebruikt de eerste etage om te werken en te vergaderen.